Home | Route | Doen ! | Nieuws | Jouw pagina ! | Dirkjan | Reportages 2 | Reportages 1 | Waar ? | De Nieuwburg vroeger ? | De Nieuwburg nú ! | Verborgen stad | Floris V | Uit de Pers | Melis Stoke | Grote Pier | Bewoners | Kunst ! | Echte ridder ? | Rankensteijn | Nog meer weten ? | Vakkenpagina | Lesbrief | Creatief | Links | Colofon

Nog meer weten ?

Hieronder lees je vier teksten uit "Ontstaan en ontwikkeling van de stad Alkmaar".

Dat stond in het gidsje van "Alkmaar Monumentenstad 2003", een uitgave van de Gemeente Alkmaar.

 

Ontstaan en ontwikkeling van de stad Alkmaar

 

Een nederzetting genaamd Alk-meer

 

Het prille begin van Alkmaar als stad ligt in de 10de eeuw. Op een hoog

gelegen zandrug van circa 4.000 jaar oud, ontstond een bescheiden neder-

zetting. Deze zandrug liep tot aan Limmen en ook bij Heiloo en Oudorp

werden nederzettingen gevormd. Er kwamen kleine dorpskernen rondom

houten kerkjes of kapellen. De Alkmaarders bouwden hun kapel op het

hoogste en droogste plekje, waar nu nog de Grote of Sint Laurenskerk

(Grote Kerk) staat. Die kapel ressorteerde aanvankelijk onder Heiloo, maar

werd omstreeks 1100 een zelfstandige parochiekerk. Bij archeologische

opgravingen in de huidige Grote Kerk zijn restanten van een tufstenen kerk

gevonden. Deze tufstenen kerk is vermoedelijk in de 12de eeuw gebouwd

en naderhand vergroot. Pal naast deze kerk stond destijds het Hooge Huys.

Bij archeologische opgravingen is op deze plek een grote 12de eeuwse

omgrachting aangetroffen en daarom wordt vermoed dat het Hooge Huys

een grafelijk hof is geweest. Het middeleeuwse huis is verdwenen, maar de

naam leeft nog altijd voort in het huidige pand.

 

De hoge zandgronden waar Alkmaar op werd gevestigd, waren in die tijd

omgeven door moerassen en meren. Het wordt daarom aangenomen dat

de naam Alkmaar, vroeger gespeld als Alkmeer, daaraan is ontleend. Alk-

meer betekent namelijk modder-water. Het gebied rondom Alkmaar kreeg

de naam Kennemeiland en Alkmaar behoorde tot het graafschap Holland.

De bekendste graven waren Willem II (1234-1256) en zijn zoon Floris

(1256-1296).

 

Dwangburchten bij Alkmaar

Alkmaar lag op een hoog punt, waar het zeewater de huizen niet zomaar

kon bereiken. Maar Alkmaar moest zich in die periode nog tegen een andere

vijand beschermen: Westfriese roversbenden. Met die reden liet een van

de graven van Holland al in de 11de of 12de eeuw ten noord oosten

van Alkmaar het kasteel Torenburg bouwen, ongeveer op de hoogte van de

huidige Friesebrug. Hoe dit kasteel eruit heeft gezien is niet bekend, maar

het heeft mogelijk een grote tufstenen toren gehad. De naam Torenburg

(Torenburcht) maakt dit aannemelijk, bovendien is in 1660 en 1992 ter plaatse

tufsteen aangetroffen.

 

Vanuit kasteel Torenburg werd de toegang tot Alkmaar bewaakt en werden

aanvallen tegen de Westfriezen georganiseerd, die keer op keer Alkmaar

kwamen plunderen. Omdat het belangrijkste doel van het kasteel was,

om dit soort ongeregeldheden te bedwingen, werd het een dwangburcht

genoemd. Floris V voerde met succes acties uit tegen de Westfriezen en in

1289 werd in kasteel Torenburg door hem officieel de onderwerping van

de Westfriezen aanvaard. Torenburg is in de 14de eeuw geheel verdwenen

en het is een raadsel wat er is gebeurd. Het witte torenvormige burchtje

in het huidige Alkmaarse stadswapen is nog de enige herinnering aan dit

kasteel.

 

In de periode 1289-1290 werden ten noorden van Alkmaar nog twee dwang-

burchten gebouwd: de Middelburg en de Nieuwburg. Deze liggen beide aan

de Munnikenweg richting Oudorp. De Middelburg en Nieuwburg maakten

deel uit van een reeks dwangburchten langs de Westfriese Omringdijk.

Dankzij deze verdedigingslinie hield men de opstandige Westfriezen in

bedwang.

 

Landaanwinning en gebiedsuitbreiding

De vorm van de kop van Noord-Holland is voornamelijk ontstaan door de

grote overstromingen in de 12de en 13de eeuw. De Zuiderzee en Wadden-

zee ontstonden en er kwamen diverse meren om het hooggelegen Alkmaar

te liggen, zoals het Voormeer en het Achtermeer. Om de overstromingen

enigszins te kunnen tegenhouden begon men in Holland in de 12de eeuw

met de aanleg van dijken.

 

Een geluk bij een ongeluk was dat door overstromingen kleigrond werd

afgezet, wat een prima basis is voor het aanleggen van dijken. Door de

kleine dijkjes met elkaar te verbinden, ontstond omstreeks 1250 de lang-

gerekte Westfriese Omringdijk die West-Friesland tegen het onstuimige

water moest beschermen.

 

Het dorpje Alkmaar breidde zich omstreeks 1200 uit naar het oosten. In

1196-1203 werd een hoge dijk aangelegd tussen Alkmaar en Bergen, langs

de westoever van de rivier de Rekere. In Alkmaar liep de dijk langs de Lan-

gestraat en boog aan het einde af naar het noorden, langs de Houttil. De dijk

liep tot aan Het Kruiswerk, dit is de kruising met de Houttil en Boterstraat.

De bebouwing liep tot op die hoogte, aangezien het water van het Voormeer

tegen de kades van de Houttil klotste.

 

Omstreeks 1325 werd een deel van het Voormeer drooggemaakt door opho-

ging. Het gebied dat is begrensd door de Dijk, Voordam, Achterdam en

Hekelstraat en het eerste deel van het Fnidsen, werd op deze manier vaste-

land. Mogelijk deed men dit om bij de Houttil een haven of sluis te maken.

Het opgehoogde gebied werd uiteindelijk bebouwd.

 

Door ophoging werden stapsgewijs betrekkelijk kleine stukjes land gewon-

nen op het Voormeer. De begrenzing van het meer schoof mee met deze

ontwikkeling. In 1350 werd de Voormeerdijk mogelijk gevormd door het

huidige Klein- en Groot Nieuwland en de Kapelsteeg. In 1470 liep de oever

op de hoogte van de St. Annastraat. Zo groeide Alkmaar in de 14de en 15de

eeuw betrekkelijk snel uit tot een nederzetting van aanzienlijke omvang. In

de 16de eeuw werd de Bierkade de grens tussen water en land.

 

 

Alkmaar in opstand: stadsrecht ontnomen

Alkmaar is een periode haar stadsrecht officieel kwijt geweest, als straf

voor de deelname tijdens de 'commocie van 't kaas en broodvolk' in 1491.

Het was een burgeropstand tegen de hoge belasting voor het zogeheten

'ruitergeld'. Het betalen van ruitergeld was verplicht en bedoeld voor het

samenstellen van een leger voor de oorlogvoering van de keizer. Het oproer

werd de kop ingedrukt en Alkmaar was haar stadsrecht kwijt. Dit betekende

dat de stadsmuren moesten worden afgebroken!

 

Het is aannemelijk dat in de bestuurspraktijk niet veel zal zijn veranderd in

Alkmaar, maar zonder verdediging had de beruchte Gelderse roversbende

'De Zwarte Hoop' vrij spel. De bende vernielde in 1517 de burchten Mid-

delburg en Nieuwburg en bij de plundering van het stadhuis werden de

stadsarchieven vernietigd.

 

Naar aanleiding van deze onlusten gaf de graaf Alkmaar in 1519 het stads-

recht terug. Bovendien kreeg Alkmaar de opdracht om de vestingwerken te

herstellen. Voor de bouw van de nieuwe stadsmuren zijn onder andere de

stenen gebruikt van de twee verwoeste burchten.

 

(uit: brochure Alkmaar Monumentenstad 2003)