Home | Route | Doen ! | Nieuws | Jouw pagina ! | Dirkjan | Reportages 2 | Reportages 1 | Waar ? | De Nieuwburg vroeger ? | De Nieuwburg nú ! | Verborgen stad | Floris V | Uit de Pers | Melis Stoke | Grote Pier | Bewoners | Kunst ! | Echte ridder ? | Rankensteijn | Nog meer weten ? | Vakkenpagina | Lesbrief | Creatief | Links | Colofon

   Echte Ridder ?

In Heerhugowaard wonen een ridder en een jonkvrouwe. Mensen met een bijzondere hobby. Hieronder lees je het artikel uit het Noordhollands Dagblad over deze moderne middeleeuwers. Op de foto's zie je de 'kleding' (harnas), zoals dat werd gedragen in de 15e eeuw. Zo 'modern' heeft de dertiende eeuwse Floris V er dus nooit bijgelopen. Zijn latere opvolgers op De Nieuwburg zeker wel ! (Klik op de laatste foto voor een vergroting).

(foto's: jan jong fotografie beeldproduktie alkmaar)

 

HET RIDDERSCHAP IS EEN SERIEUZE ZAAK

 

Van onze verslaggever Koen van Eijk (NHD 19 maart 2004)

 

HEERHUGOWAARD - Hij werkt bij Beemsterkaas, zij is caissičre in de supermarkt. Mannus Stegmeijer en Carla Stegmeijer-Koedijk wonen in een doodnormaal rijtjeshuis in de Heerhugowaardse Molenbuurt. In hun vrije tijd veranderen ze echter in ridder Jean de Bridoire en Klazina Pietersdochter van Coediecke, zoals hun 'artiestennamen' luiden.

 

Bij vele historische evenementen in den lande maken de Stegmeijers hun opwachting met hun Compagnie van Brederode 1473, waarbij nog zo'n vijftig anderen zijn aangesloten. Ze verblijven dan in tentenkampen en koken zelf hun potje. Niet in De Waard-tenten, maar in zo exact mogelijk nagemaakte middeleeuwse legerplaatsen. Geen ravioli verwarmd op Campinggaz, maar houtvuren met historisch verantwoorde potten en pannen. Door hun bezigheden te omschrijven als 'riddertje spelen', zou je Mannus en Caria tekortdoen. Het is veel meer dan een hobby voor de Heerhugowaarders. Het is een passie, een levensstijl. Carla, alias Klazina van Coediecke: „Ik werk voor mijn hobby. Want het is een hele dure grap." ledere snipper vrije tijd steken Mannus en Carla in hun middeleeuwse dubbelleven. Neem het harnas van Mannus. Een exacte kopie van een harnas dat ooit in Rotterdam uit het water is opgediept. Vervolgens door een speciale ambachtsman geheel op maat gemaakt voor het omvangrijke lijf van de 53-jarige Heerhugowaarder.

 

Denk trouwens niet dat je zo'n metalen pak even snel aanschiet voor het ontbijt. Het kost Mannus, alias ridder Jean de Bridoire, zeker een half uur voor hij klaar is voor de strijd. En Carla moet hem helpen alle gespen vast te maken. Niet zonder trots opent Mannus een grote kist in de woonkamer. Een voor een haalt hij de uitrustingsstukken tevoorschijn. Een heel klein schild bijvoorbeeld. „Dat is een vuistschild voor boogschutters. Als hun pijlen op waren, of ze werden aangevallen, dan konden ze zich verdedigen met een kort zwaard en dit kleine schild. Maar de meesten holden hard weg. Waren niet zulke helden, die boogschutters." Onder het harnas draagt Mannus een broek met een vest. De gulp heeft geen rits, een klepje onttrekt de edele delen aan het zicht. Daaroverheen gaat een gevechtsjas met een maliënrok er aan bevestigd om het kruis te beschermen tegen zwaardslagen. Tegen inkomende pijlen helpt een maliënkolder niet. Eén welgemikte boogscheut en de ridder is ontmand. Mannus streeft een zo authentiek mogelijke uitmonstering na. Dat wil zeggen: geen onderbroek, want ondermode bestond nog niet in de middeleeuwen. Carla: „Hij is de enige van de compagnie die in zijn blote kont zijn pak aantrekt." 

 

Mannus en Carla beseffen dat honderd procent authenticiteit onhaalbaar is. De Stegmeijers richten zich op de tweede helft van de vijftiende eeuw. Niet elk detail over elk kledingstuk uit die tijd is bewaard gebleven. Van niet elk attribuut is exact bekend wanneer het is uitgevonden. En details, daar gaat het om, blijkt tijdens de bijeenkomsten van het Landelijk Platform voor Levende Geschiedenis waar de Compagnie van Brederode natuurlijk ook bij is aangesloten. Je treft er 'acteurs' uit de geschiedenis vanaf de Romeinse tijd tot de Tweede Wereldoorlog. Met zo veel kenners bij elkaar wil de kift nog wel eens de kop opsteken. Zo was er een man die beweerde dat bepaalde ringen in de tent van Carla in de vijftiende eeuw nog niet in gebruik waren. Daarop wees zij de wijsneus fijntjes op de knoopsgaten in zijn uniform die historisch onjuist waren gestikt.

 

In de Kop van Noord-Holland is levende geschiedenis vrij onbekend, constateert Mannus. In andere delen van het land komt het veel vaker voor dat gemeenten bij jubileumfeesten historische clubs inhuren. In Beverwijk bijvoorbeeld was de aanwezigheid van de compagnie enkele jaren terug een groot succes. Zelfs het ophangen van een ter dood veroordeelden werd nagespeeld. Daarbij kreeg het slachtoffer een nep-lus om zijn hals en hing hij te bungelen aan een touw onder zijn oksels. Ook de executie per brandstapel was een waar spektakelstuk. In een wolk van rook en vuur werd het slachtoffer als in een Hans Klok-act weggemoffeld. En natuurlijk gingen Mannus en de andere ridders elkaar met hun zwaarden te lijf. Het spijt de Stegmeijers dat Alkmaar de kans heeft laten lopen deze zomer tijdens de viering van 750 jaar stadsrechten de geschiedenis letterlijk tot leven te wekken. Op hun voorstel de compagnie een rol te geven in de vieringen hebben ze nooit meer iets gehoord. Mannus: „De Slag bij Vrone heeft hier plaatsgevonden. Hadden wij heel mooi kunnen naspelen. Heel jammer, want wij trekken doorgaans zo'n tien tot twintigduizend mensen."