Home | Route | Doen ! | Nieuws | Jouw pagina ! | Dirkjan | Reportages 2 | Reportages 1 | Waar ? | De Nieuwburg vroeger ? | De Nieuwburg nú ! | Verborgen stad | Floris V | Uit de Pers | Melis Stoke | Grote Pier | Bewoners | Kunst ! | Echte ridder ? | Rankensteijn | Nog meer weten ? | Vakkenpagina | Lesbrief | Creatief | Links | Colofon

    Melis Stoke

Melis Stoke was de secretaris van Floris V. Hieronder lees je eerst het verhaal van Sam de Jager, die fantaseert hoe Melis op zijn oude dag aan zijn kleinzoon Pieter een geheim onthult over de hazewindhonden van Floris V. Sam de Jager schreef dit verhaal voor het Noordhollands Dagblad ter gelegenheid van het 750-jarig bestaan van de stad Alkmaar. De tekening is van de kunstenaar Willem Burgert.

Daarna volgt nog wat uitleg over Melis Stoke en zijn beroemde boek, de Rijmkroniek van Holland.

 

Melisz maakt de windhonden beroemd

 

Politieke moorden zijn van alle tijden. Ook Alkmaar krijgt daarmee te maken als in juni 1296 graaf Floris de Vijfde bij Muiden wordt vermoord. Het vorstelijk stoffelijk overschot wordt gebalsemd naar Alkmaar gebracht en in de kerk opgebaard. Zijn twee hazewindhonden zitten roerloos naast de baar. Het volk rouwt want Floris ondernam tenminste iets tegen (West)-Friese plunderaars en brandstichters. Voor het volk is hij 'der keerlen god', favoriet van de boeren en een man die doet wat hij belooft. De ridders en edelen vinden hem veel te geliefd. Floris wordt niet eens door een ridder gedood maar door Geraerd van Velzen, een laagadellijke, kleine meeloper. Maar Melisz Stoke, geheimschrijver en hofdichter van Floris V, herinnert het zich allemaal nog als de dag van gisteren.

 

De hazewindhonden van Floris V

 

“Eigenlijk", glimlacht de oude, „eigenlijk ben je de kleinzoon van een beroemd man." Hij gaat nerveus een beetje verzitten. „Dat behoor je natuurlijk niet van jezelf te zeggen. Nederigheid is een grote deugd... maar tóch, Pieter Stoke, je bent de kleinzoon van een beroemd man. Alle troubadours zingen in alle kastelen mijn verzen. Alle verhalenvertellers op de kerkpleinen, op de jaarmarkten vertellen mijn geschiedenis van graaf Floris de Vijfde. God hebbe zijn ziel. Mijn woorden, mijn gedichten en verhalen, jongen... dat kan niet iedereen in het graafschap Holland over zichzelf zeggen, maar ik wel. Ik wél: Melisz Stoke."

 

 „Ach, eigenlijk was ik gewoon klerk aan het grafelijk hof. Dat was al een grote uitverkiezing voor iemand met een lage komaf. Ik had het geluk te kunnen lezen en schrijven. Daar waren er niet veel van in het graafschap Holland." De jonge Pieter kijkt bewonderend op naar zijn grootvader. Klerk aan het grafelijk hof, nou, dat klinkt in elk geval voornaam. En het is handig: hij leert lezen en schrijven bij zijn grootvader. Pieter wil ook wel grafelijk klerk worden. „Wat doet een klerk eigenlijk, heer?"  „Nou, dat is niet zo gauw verteld, jongen", zucht de oude man. „Hou het er maar op dat hij alles opschrijft wat er gebeurt aan het hof. Dat iedere onderdaan zijn plichten nakomt en vooral aan de graaf geeft wat de graaf toekomt: voor het land dat hij in leen heeft gegeven, voor de markten, voor het gebruik van water en wegen, eigenlijk van alle handel en wandel in het graafschap krijgt de graaf een deel.

 

Je kunt het zo gek niet bedenken. De rentmeesters en de edelen vorderen dat allemaal en houden er ook weer wat van voor zichzelf. De klerk houdt dat voor de graaf allemaal

nauwgezet in boeken bij."

 

Graaf van Holland

„Vergeet niet", herinnert Melisz zich ineens, „Floris de Vijfde was eigenlijk vlak na zijn geboorte al Graaf van Holland. Hij was in Engeland, want hij is daar aan het hof opgevoed toen zijn vader sneuvelde. Dat was nou echt iemand die over één nacht ijs ging. De vader was in 1255 op veldtocht tegen de West-Friezen toen hij bij Hoogwoud met paard en al door het ijs zakte. Die mannen daar hebben hem meteen een koppie kleiner gemaakt. Alleen wisten ze niet dat het om Rooms Koning Willem II ging."

 

„Floris heeft met veldtochten tussen 1280 en 1290 de dood van zijn vader gewroken. Die heeft die wildemannen weer de moerassen van West-Friesland ingejaagd. Het was een  vechtjas hoor, die Floris. Niet geliefd bij de edelen maar bij het gewone volk wel. Dat heeft 'm toch ook de kop gekost." „Floris was het gedoe met die West-Friezen zat. ledere keer werden alle nederzettingen beroofd en platgebrand. Ze hadden geen trek in het grafelijk gezag.

 

Maar Floris wist hoe het moest. Zijn vader had bij Alkmaar een groot kasteel laten

bouwen. De Toorenburg beheerste de dijk naar Oudorp en stond los van de nederzetting op de geestrug rond de kerk. Eigenlijk bestond Alkmaar uit twee dorpjes: één bij de kerk dat bezit was van de abdij van Egmond van wie de heren van Egmond in het slot op de Hoef  rentmeester waren en een dorpje aan de oever van de Voormeer dat min of meer bij het kasteel hoorde. Alkmaar was een noordelijke grensplaats van het graafschap."

 

„Nou, Floris had aan één burcht niet genoeg. Hij liet er in de richting van Oudorp en de Halve Maen nog twee bouwen: De Middelburg en de Nieuwburg. Dat ging ook weer niet zonder slag of stoot. Eerst moest er een dijk worden aangelegd tussen Alkmaar en Oudorp anders konden de paarden niet verder. De boeren werden gedwongen te helpen maar werden tijdens de aanleg vanuit de moerassen rondom beschoten door de Friezen. Dat was geen lolletje."

 

„Prachtige kastelen werden het, die dwangburchten. Alkmaar groeide natuurlijk geweldig onder die grote bouwactiviteit. Door aanleg van een dijk tussen het kerkdorp en het kasteel groeiden de twee dorpen aan elkaar. Maar ik dwaal af."

 

„Met die veldtochten tegen de West-Friezen maakte Floris  zich zeer geliefd bij de gewone mensen. Boeren, ambachtslieden. Die hielpen hem in de strijd want ze wilden nu eindelijk wel eens af van die Friese roversbenden. ledere keer weer brandde de boel als een fakkel." „Floris op zijn beurt wilde naderhand een groepje van de beste strijders in de ridderstand opnemen maar dat heeft 'm lelijk opgebroken. De oude adel pikte dat niet. En, ach jongen, ik praat nu wel van nederigheid maar bijna niemand in ons land kent die deugd. Ze willen allemaal hogerop. Meer rijkdom, meer land, meer macht. Dus die oude ridders hadden schoon genoeg van Floris. Bij het Muiderslot is hij in 1296 vermoord, en niet eens door een graaf of zo maar door  Geraerd van Velzen. Lage adel, min of meer een meeloper." 

 

Gebalsemd

„De dode Floris werd gebalsemd en naar Alkmaar vervoerd. Hij schijnt daar ook nog een stadskasteel te hebben bezeten. Heel het land was uitgelopen om Floris de laatste eer te bewijzen. Een jaar lang heeft hij in de kerk van Alkmaar opgebaard gestaan. De  troubadours vertellen nu het verhaal van de twee hazewinden van de graaf die roerloos naast de kist bleven zitten, maar dat is niet waar. Dat heb ik verzonnen, jongen. In zo'n

dode man zit toch verder geen verhaal. Geschiedenis moet mooi zijn, fel, beeldend, ont-

roerend. Bovendien, ik leef nog..."

 

Melisz Stoke staart voor zich uit. Een handgebaar maakt duidelijk dat hij een besluit heeft genomen. „Ik vertel je iets wat niemand weet... Kijk, jongen, als klerk stond ik dienst van de graaf. Ik voerde zijn opdrachten uit." „Er zijn best vele onaangenaamheden over Floris te vertellen. Laat ik het bijvoorbeeld maar niet hebben over de bastaarden die er van hem rondlopen, over al die politieke opzetjes. Nee, in dienst van de graaf houd je dat soort dingen binnenskamers. Onthou het maar: wiens brood men eet, wiens woord men spreekt."

 

„Floris had natuurlijk wel twee hazewinden maar die gebruikte hij bij de jacht of hij liet ze eerst zijn eten proeven zodat hij niet werd vergiftigd. Ik heb ze een rol gegeven bij zijn dood. Het was trouwens heel verstandig van Floris om die honden te laten proeven; zo kon hij eenenveertigjaar aan het bewind blijven. Ach en in zo'n lange periode maak je natuurlijk wel eens een paar vijanden."

 

Pieter Stoke knikt. Hij begrijpt nu ook volkomen wat de rol van grafelijk klerk is. Misschien moet hij toch maar wat anders worden.

 

De zoon van Floris heeft het lichaam van zijn vader naar Rijnsburg laten brengen maar de ingewanden bleven in de tombe te Alkmaar. Er is dan geen hazewind meer te bekennen. En Pieter werd nooit beroemd.

 

(Tektst: Sam de Jager, tekening: Willem Burgert, bron: Noordhollands Dagblad 9 april 2004)

 

Melis Stoke is vermoedelijk in Zeeland geboren, in 1235. Rond 1305 zal hij zijn gestorven. Hij schreef in 1290 een kroniek (= geschiedenis) op rijm over het graafschap Holland. Zijn beroemde werk, één van de eerste boeken in het Nederlands, heet dan ook de “Rijmkroniek”. Daarin staat het verhaal over de moord op Floris V. Melis Stoke was als klerk (= secretaris) in dienst van Floris V. Hij kon lezen en schrijven, wat in die tijd nog bijzonder was. Vermoedelijk was hij daarom een monnik, want de lees- en schrijfkunst werd in de kloosters onderwezen. Als dat zo is, dan is het niet zo waarschijnlijk, dat hij getrouwd was. En dan had hij dus ook geen kleinzoon, zoals het verhaal op deze pagina je wil laten geloven.

 

Hiernaast zie je een pagina uit de Rijmkroniek van Melis Stoke.

 

Hieronder zie je een plaatje (moord op Floris V) uit het geschiedenisboek van Jacob van Lennep uit 1854, destijds een beroemd schrijver. De spottende tekeningen in dit boek van belangrijke historische gebeurtenissen veroorzaakten in de 19e eeuw een schandaal.

Rijmkroniek van Melis Stoke

Moord op Floris V, uit het prentenboek van jacob van lennep 1854

De Rijmkroniek van Holland is de meest gebruikte  bron in de geschiedschrijving over het middeleeuwse Holland. Het was ten dele een vertaling op rijm van een Latijns geschiedenisboek, dat zich in het klooster van Egmond bevond (de “Chronicon Egmondanum”). De kroniek van Melis Stoke behandelt de geschiedenis van het graafschap Holland en Zeeland tot het jaar 1305. De roerige periode 1296-1304 wordt uitgebreid beschreven. Toen werd het graafschap geteisterd door dramatische en ingrijpende gebeurtenissen, zoals de moord op graaf Floris V en de opvolging van de Hollandse dynastie door het Henegouwse huis. Naast een belangrijke historische bron is de Rijmkroniek ook een belangrijk voorbeeld van middeleeuws Nederlands.